De Renault 19 16V volgde de Renault 11 Turbo op, zoals de Clio 16V de Renault 5 GT Turbo moest doen vergeten. Zoals het de snelle 11 verging, verging het ook de dikste 19. Die leefde net als zijn voorganger in de schaduw van zijn kleinere broer. De 19 16V had dezelfde motor als de Clio 16V, dus een 137 pk sterke 1,8-liter met vier kleppen per cilinder. Dat die hete 19 pas twee jaar na de introductie van de gewone 19 kwam, zal er zeker aan hebben bijgedragen dat de 16V nooit echt heel erg op de liefhebbersradar is gekomen. Hij moest wachten op het moment dat Renault de Clio 16V klaar had, wat in 1990 het geval was. De Renault 5-opvolger moest er immers wel meteen als snelle variant zijn. De Vijfjes maakten al sinds de jaren 70 furore als GTI-achtige, dus de Clio moest dat stokje wel overnemen.
Ook als sedan en cabriolet
De Renault 19 was erg op de Duitse consument gericht en de 16V was dus extra hard, want Renault wilde met dit model de Golf aanpakken. Op zich een goede beslissing, want mede dankzij de 19 was Renault in die dagen het grootste importmerk in Duitsland. In het segment van de hete hatchbacks heeft de 19 16V echter nooit echt potten kunnen breken. En dat is best jammer wanneer je er 35 jaar later goed naar kijkt. Niet verkeerd toch, dat strakke uiterlijk zonder al te veel opsmuk? Deze Franse underdog verdient het weer eens in de schijnwerpers te staan. Helemaal omdat Renault het aandurfde de snelste compacte middenklasser ook als sedan te leveren. Jawel, hij was er als Chamade 16V. Een suffe sedan met zo’n hete motor; Opel durfde het nooit aan de 2.0 16V van de Kadett GSi in de vierdeurs-Kadett te hangen, Renault deed het gewoon wel. Daar bleef het niet bij, want de 19 16V was er zelfs als cabriolet.
Bron: AutoWeek